Reisverslag Filipijnen en Maleisië
Foto’s van deze reis: Fotoalbum Filipijnen en Fotoalbum Maleisië
MALEISIË
Eerst naar Maleisië gereisd: naar Georgetown op het eiland Penang. Taxi’s hanteren een vast tarief (je betaald vooraf bij een taxidesk) vanaf het vliegveld naar plaatsen op het eiland, maar vreemd genoeg was de rit terug naar het vliegveld 20% goedkoper als die vanaf het vliegveld. Erg heet en benauwd: de luchtvochtigheid bedroeg soms wel 96%!. De meeste bezienswaardigheden (Chinatown, Little India, Fort Cannings) waren op loopafstand en dat was maar goed ook met die brandende zon. Ook nog een tempel buiten de stad bezocht. Met een lokale bus (met WiFI) er naartoe. Tempel lag op een heuvel en onderweg naar boven ergens zeker een liter zweet verloren. Naast de tempel hadden ze een nieuw soort tempel gebouwd, waar je met een soort cabelcar naar toe kon. Bleek echter maar een heel klein stukje te zijn (met de trap was je sneller boven). Voor de terugweg was het nog behoorlijk zoeken naar de bushalte, aangezien er nergens iets aangegeven stond. Dagtochtje naar het eiland Langwali gemaakt, waar je met een draagvleugelboot naartoe kunt. Het mooiste aan Langwali is eigenlijk de omgeving (archipel) waarin het eiland ligt. Het eiland zelf is niet zo heel bijzonder. Veel toeristen gaan er naartoe om dat je er tax free kunt winkelen.
Met Air Asia (ticket voor slechts 25 euro) naar Kuala Lumpur gevlogen. Je komt dan niet aan op KLIA (Kuala Lumpur International Airport), maar op KLCC. KLCC ligt aan het andere uiteinde van de landingsbanen is de low cost carrier terminal. Dat is te merken ook, want het lijkt te liggen in de middle of nowhere, er zijn geen slurfen en via een met golfplaten overdekte pad loop je naar de (kille) aankomsthal. Na het oppikken van de bagage per bus (50 minuten) naar Kuala Lumpur. Onderweg noodweer met zware onweersbuien en vrijwel geen zicht. Op de snelweg hebben veel mensen hun auto aan de kant gezet totdat het weer opklaart. Kuala Lumpur is een hele drukke stad met veel te veel verkeer (en de bijbehorende smog), waar – zelfs een stuk minder dan in veel andere Aziatische steden – geen rekening gehouden is met voetgangers. Gelukkig wel een goed metro en monorail systeem. Voor de (vele) toeristen zijn er wel een paar bezienswaardigheden, maar de meeste toeristen vindt je in een van de vele shopping malls. Zelf nog even naar Low Yat Plaza, een van de grootste IT shopping malls in Azie. Ook daar heel erg druk. Uiteindelijk alleen maar een goedkoop geheugenkaartje aangeschaft. Het beste uitzicht in de stad heb je vanaf de KL Tower (421m hoog), die men de laatste jaren heeft omgebouwd als pretpark. Bij het (verplichte en dure) all in ticket zat behalve een tripje naar het observation deck, o.a. een of andere dansvoorstelling. Vanaf het observation deck wel een erg mooi uitzicht over de stad. De rest van de activiteiten maar overgeslagen. Boegbeeld van de stad zijn uiteraard de indrukwekkende 452 meter hoge Petronas Towners. Je kunt er naar boven naar de skybridge op de 41 verdieping (het torens zelf hebben 88 verdiepingen). Drie kwartier voor openingstijd waren er al een stuk of 200 mensen voor me in de rij naar boven en dus maar weer snel vertrokken. Door de taxi mafia in de stad is het voor toeristen erg moeilijk om een taxichauffeur te vinden die zijn taximeter aan wil zetten, hoewel er op de deuren van alle taxi’s staat dat het een metertaxi is en dat er niet over de prijs mag worden onderhandeld.
Dagtochtje naar Malaka gemaakt. Aangekomen bij het busstation in de stad, bleek deze geheel verlaten te zijn. Wat omstanders wisten te melden dat het gerenoveerd wordt en dat het busstation naar elders verplaatst was. Het makkelijkst kon ik er per taxi komen (volgens de toegesnelde taxichauffeur). Helaas werkte zijn meter niet (hoewel verplicht), maar voor een prijs die 20x die van de metro was wilde hij mij er wel naar toe brengen. Dus maar naar het naastgelegen metrostation gegaan en daar de metro naar het verplaatste busstation genomen. Dat bleek aan de rand van de stad te liggen (naast een metrostation) op de parkeerplaats van een groot stadion. Kaartverkoop vond plaats in grote partytenten, waar je door touts van de (vele) busmaatschappijen werd verwelkomt. Maar de eerste genomen die vertrok (1,5 uur later dan gepland). Comfortabele bus met heel veel beenruimte. Aangekomen in Malaka aangekomen bleek de bus niet in de buurt van het centrum te stoppen. Maar overgestapt op een lokale bus die 10 jaar geleden waarschijnlijk al was afgeschreven. Malaka zelf heeft ook nog wat Nederlandse invloeden, die het duidelijkst terug te vinden zijn in het oude centrum met het “RaadHuys” (wat ze hier het “Red House” noemen). Leuk om even rond te kijken, maar na een paar uur het je het qua bezienswaardigheden echt wel gehad.
In Kuala Lumpur naar de kapper geweest, aangezien dat na vijf weken hoognodig was. Was wel even een bijzondere ervaring, maar het lijkt goed te zijn gegaan. Vanuit Kuala Lumpur rijdt er een trein non stop naar KLIA airport in een half uurtje en heel handig kon je al op het centraal station van Kuala Lumpur inchecken en je bagage afgeven.  
FILIPPIJNEN / FILIPIJNEN
In 3,5 uur gevlogen naar Manila. Daar lange rijen voor de paspoortcontrole. Gelezen dat je erg grote kans hebt dat je wordt opgelicht als je vanaf het vliegveld een taxi met een meter neemt en daarom maar een zgn. coupon taxi genomen die vaste tarieven per bestemming rekenen. Deze zijn een stuk duurder, maar zijn wel veiliger en je weet dan tenminste waar je aan toe bent. Vanaf het vliegveld tot aan het hotel was het filerijden, iets waar Manila berucht om is.
Bij de eerste kennismaking met Manila heb je niet gelijk de indruk dat je in Azië zit. De Spaanse invloeden (o.a. kerken, koloniale gebouwen, ommuurde binnenstad) doen je eerder denken aan een Midden-Amerikaans land. Belangrijkste bezienswaardigheid is de nog grotendeels ommuurde binnenstad (Intramura genoemd), compleet met fort en kathedraal. Wel aardig om doorheen te lopen, over de muur te wandelen en Casa Manila (een klassiek huis van een welgestelde familie, compleet met authentieke inrichting) te bezoeken, maar na een paar uur heb je het echt wel gezien en heb je eigenlijk genoeg van paard en wagens en fietstaxi’s die je door de (makkelijk bewandelbare) binnenstad willen leiden. In het oude centrum veel politie op straat om toezicht te houden.
Heel vroeg op om een Jeepney naar het busstation te pakken. Een Jeepney is in de Filippijnen het belangrijkste lokale openbaar vervoersmiddel. Het zijn van oorsprong omgebouwde Amerikaanse legerjeeps, maar tegenwoordig zijn er autofabrieken die ze speciaal bouwen. Achterin heb je twee banken aan de zijkanten waarop je in totaal minimaal 12 mensen op kwijtkam (maar meestal meer). De kwaliteit verschilt, maar exemplaren met gaten in de vloer waardoor je het wegdek kan zien zijn niet ongebruikelijk. Behalve een voorruit zitten er geen ramen in en deuren kom je heel soms tegen. Wel zijn ze doorgaans heel kleurrijk beschilderd en hebben een grote toeter/ hoorn op de motorkap. Aangekomen op het busstation overgestapt op een comfortabele lijnbus (soort touringcar). Het busstation uitrijdend gelijk in een file terechtgekomen, die twee uur later eindigde toen we bijna op onze eindbestemming waren. Aangekomen bij Lake Taal, weer overgestapt in een Jeepney, die ons al zigzaggend door het verkeer ons in de buurt van het kratermeer bracht. Daar een bootje genomen die ons naar een eiland op het kratermeer voer, waar ook weer een vulkaankrater was met daarin een meer van 2 km doorsnee. Om dat meer te kunnen zien, moest je wel eerst de vulkaan beklimmen. De tocht naar boven was wel even zweten en doorbijten onder de brandende zon en 37 graden door deels mul zand. Boven aangekomen gelukkig wel erg mooi uitzicht.
In een wijk in Manila geweest, die de varkenswijk bleek te zijn. Overal zie je daar varkens op spit die blijkbaar op bestelling worden geleverd voor feesten en andere gelegenheden. Daar in de buurt ook de Chinese begraafplaats bezocht. In eerste instantie waan je je in een grote woonwijk compleet met straten en huizen, maar de huizen bleken allemaal graven te zijn. Veelal voorzien van airco, toilet en zithoek voor de bezoekende familie. Doet nogal vreemd aan. Vertrekkend uit Manila in een lijnbus richting Banaeu, komen we in een grote file. Spontaan veranderde de tweebaansweg voor ons in een vierbaansweg, waar zowel de vluchtstrook als de middenberm als rijstrook werden gebruikt. Er bleken twee vrachtwagens op elkaar te zijn geklapt, maar de file bleek veroorzaakt te worden doordat de vier banen weer terug moesten naar twee om er langs te kunnen. Ruim 1,5 vertraging was het gevolg en daarom pas ‘s avonds aangekomen in Banaue. De omgeving van Banaue staat bekend om de mooie rijstterrassen, waarvan die van Batad de bekendste is en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staan. Met een jeepney vanuit het dorp er naartoe gegaan en daar onder leiding van een gids een wandeltocht gemaakt die 3 a 4 uur zou duren, maar in de praktijk bijna 7 uur in beslag nam. Het was een pittige wandeling met heel veel trapjes en smalle richeltjes waar je overheen moest zonder de terrassen te beschadigen. Terug naar de parkeerplaats lopend kregen we ook nog even een flinke stortbui over ons heen. De inspanning was erg de moeite waard. De 2000 jaar oude rijstterrassen liggen in de vorm van een groot amfitheater tussen de bergen. Terug naar boven lopend flinke onweersbuien en daardoor glibberige paadjes en drijfnat.
In de jeepney terug rijdend naar het dorp, kwamen we in een flinke opstopping terecht. Het leek in eerste instantie om een flinke aardverschuiving te gaan waardoor de weg was deels weggeslagen en op het overgebleven deel tot zeker 4 meter hoog rotsblokken lagen. Bij navraag bleek men echter de weg aan het verbreden te zijn en had men “iets” te veel dynamiet gebruikt om een stukje rots op te blazen. Gevolg was de de volledige 30 meter rotswand naar beneden was gekomen. Aangezien het de enige doorgaande weg in het gebied, was het dus wachten tot we er weer langs konden. Een paar ongeduldige lokalen gevolgd door een groepje toeristen klommen over de rotsblokken, niet door hebbend dat men aan de andere kant van de versperring net bezig was met het plaatsen van dynamiet onder die rotsblokken. Ging gelukkig goed. De vele andere wachtten maar geduldig op afstand totdat men de grootste rotsblokken waren opgeblazen en men (iets wat bijna leek op) een voetgangersdoorgangetje. Na het sein veilig mochten we in tweetallen langs de versperring klauteren. Dat was op z’n zachts gezegd wel een avontuurlijke onderneming. Aan de andere zijde een aldaar gestrande jeepney terug naar het dorp genomen.
Vanuit Banaue wilden we per jeepney naar Sagada, maar deze bleek gestrand te zijn aan de andere zijde van de weggeslagen weg. Pas toen er weer een doorgang voor het verkeer was gecreëerd, konden we op weg. Mooie route door de bergen. Onderweg nog even rondgekeken in Bontoc. Sagada zelf bleek maar een dorpje te zijn. ‘s Avonds was vrijwel alles gesloten en donker, inclusief restaurants. Het enige geopende restaurant had een grote kaart, maar de meeste gerechten en dranken daarin bleken ze niet te hebben als je ze wilde bestellen. In het hele dorp bleek bovendien geen flesje bier meer te krijgen, omdat deze al enige tijd niet aangeleverd waren. Sagada is vooral bekend om de hangende doodskisten, die aan de bijzonder gevormde puntige rotsen hangen. Apart gezicht. Ook kun je er grotten bezoeken, waaronder de grootste van het land. Vroeg vertrokken met de lijnbus naar Baguio. Lange rit van vijf uur door mooi landschap. Veel afgebrokkelde rotsblokken op de weg. Baguio bleek een onaantrekkelijke stad te zijn en daarom maar gelijk doorgereisd. De eerstvolgende bus die we konden nemen vertrok om 15:00, maar eenmaal vol wilde de chauffeur al om 14:15 vertrekken. Onze bagage zat al onderin de bus en gelukkig waren we net op tijd terug bij de bus. Weer een lange rit van vijf uur naar Vican City, waar we pas ‘s avonds aankwamen. Aangezien de enige uitgaande vlucht de volgende ochtend vertrok, was de enige kans om in het stadje rond te kijken om 06:00 ‘s morgens. Was wel erg de moeite waard. Het is de best bewaarde koloniale stad in Azie en door de Spaanse invloeden waan je je een beetje in Cuba.
Nog twee uur naar het noorden gereden om in Laong het vliegtuig naar Manila te pakken. In Manila nog snel even de jeepney fabriek bezocht. In feite was het meer een werkplaats, aangezien ze daar allemaal worden samengesteld met onderdelen die ter plekke op maat worden gemaakt. Alleen de (Japanse) motor is standaard. Daar werden we ook met de andere zijde van Manila geconfronteerd. Net buiten het terrein lag een grote vuilnisbelt, met daarop veel mensen die spullen tussen het vuilnis aan het zoeken waren terwijl de vuilniswagens af en aan reden. Ook stonden er hutjes op en vlak langs de vuilnisbelt waar gewoon complete gezinnen in bleken te wonen. Hoewel je weet dat het bestaat, is het toch wel even schokkend om dat van dichtbij te zien. Vanuit Manila per vliegtuig naar het eiland Coron gevlogen. Overnacht in Busanga. Ons hotel was overboekt, zodat we het moesten doen met een kamer (lees: krot) op een pier in de buurt. Wel een mooie locatie en uitzicht op zee, maar hele dunne rieten wandjes (je kon iemand twee kamers verderop nog horen ademen en snurken) en toen we ‘s avonds naar de kamers terugliepen kruisten twee ratten nog ons pad. Coron zelf is een heel mooi eiland, omringt door vele paradijselijke eilandjes die je met een boottochtje kunt bezoeken. Dat alles omringt door heel helder azulblauw water en witte strandjes. sommige eilandjes hebben ook mooie kratermeertjes. Het mooiste ligt echter onder water. Al snorkelend zie je daar heel erg mooi onaangetast kleurijk koraal. Doordat er gevist wordt met dynamiet, is in andere gebieden veel koraal verwoest.
Per ferry van Coron naar het grotere eiland Palawan. Hoewel de ferry op tijd vertrok, lagen we na een paar minuten al weer stil: Er moest gewacht worden op toestemming van de kustwacht. Deze had blijkbaar geen haast, want het duurde bijna een uur voordat ze aan boord kwamen. Door een communicatie probleempje tussen de bemanningsleden van de ferry, voer de ferry per ongeluk over het bootje waarmee de beambten waren aangekomen en hadden het bijna tot zinken gebracht. Nadat de beambten vertrokken waren, was het nog 7 uur varen. Gelukkig we door een erg mooie omgeving en over rustig water. Overnacht in El Nido in een hotel met kamers met uitzicht op zee (die bij hoog water maar 10 meter verderop lag). Voor de kust ligt de Bacuit Archipel. Erg mooi. De eilanden daar zijn echte bounty eilanden. Door de rotsformaties, grotten, lagunes en de vele verborgen baaitjes, lijkt het net of je een of andere piratenfilm binnenstapt. Heel apart. Ook weer veel gesnorkeld. Wat minder mooi koraal, maar wel heel veel vissen. Niet alle vissen waren even enthousiast over ons bezoek: sommige zwarte visjes beukte tegen je aan en beten ook. Leuker was het op andere plekjes waar de vissen naar je toekwamen, je echt aanstaarden en af en toe tegen je duikbril tikten. Erg grappig, al is het wel even benauwend al dat er heel veel tegelijk zijn waardoor je bijna niets meer ziet.
Anders dan gepland, reisden we naar Taytay met een lokale bus. In de bus die we wilden nemen bleek niet voldoende plaats voor ons te zijn (er zaten ook al 10 mensen op het dak) en dus moesten we wachten op de volgende. Deze kwam een half uur later dan gepland en puilde nog meer uit dan die al vol zat. Ook zaten er nog zeker 30 mensen op het dak. Desondanks bleek er toch nog plek voor ons te zijn, al waren het de slechtste zitplaatsen die je maar kunt voorstellen: achterin en op plankjes die gemaakt waren op de plek waar je normaal een soort middenpad heb. Nadat onze bagage tussen de kippen op het dak was geplaatst en wij naar onze “zitplaatsen” waren geklommen, konden we vertrekken. In de bus bleken de banken nog dichter op elkaar geplaatst te zijn dan gebruikelijk, zodat zelfs ik (1,79m) mijn knieën niet kwijt kon. Iets breder zitten was er ook niet bij, aangezien ze maar liefst 6 personen op 1 rij wisten te proppen. Erg snel ging de rit niet, omdat je op elke willekeurige plek op de route kon in en uit stappen en er hier en daar nog wat vracht werd opgehaald en afgeleverd. Ook had de motor er wat moeite mee om de heuveltjes op te komen met zoveel gewicht. Het was uberhaubt een wonder dat de bus niet door z’n assen zakte. Onderweg bleek dat we nog mazzel hadden, aangezien de eerder vertrokken bus met pech langs de weg stond.
Door de late aankomst in Taytay, alleen nog tijd voor een klein boottochtje. Daarbij een klein eilandje aangedaan dat midden in beschermd gebied ligt en bewoont wordt door een paar opzichters en onderzoekers. Als eerste toeristen mochten we er ook even rondom snorkelen in een gebiedje waar men grote schelpen kweekte (tot ruim 40 cm lang). Terug in Taytay ook nog een Spaans zeefort bezocht, dat opvallend goed bewaard was gebleven. Met een weer meer dan volle lokale bus verder gereisd naar Sabang. Deze rit duurde ook weer langer dan verwacht, o.a. doordat regelmatig goederen op het dak werden geladen en gelost. Het water uit de bakken vis op het dak lekte af en toe, zodat je maar beter niet teveel naar buiten moest leunen.
Aangekomen in Sabang bleek ons resort een krottenwijk te zijn. De hutjes op palen die 5 euro per nacht bleken te kosten, waren toch wel even anders dan die wij gereserveerd hadden. Bovendien zaten onder mijn hutje broedende kippen en een haan, wat de nachtrust nou niet bepaald ten goede zou komen. Na te hebben geklaagd, alsnog ondergebracht in het complex waar we eigenlijk hadden moeten zitten. Sabang is bekend om de ondergrondse rivier, die volgens de lokale VVV tot de 7 wereldwonderen behoren. Nogal massatoerisme door de vele dagjesmensen. Eerst met een bootje over zee naar de ingang en aldaar overgestapt op een bootje om over de rivier te varen nadat we van een zwemvest en helm voorzien waren. We hadden het laatste bootje van de dag, waardoor het relatief rustig was. De grot invarend gelijk veel kabaal van de honderden spechtjes die er rondvlogen. Ook hingen er heel veel vleermuizen. Aan de gids achterop de boot had je niet veel. Enerzijds omdat je hem niet kon verstaan en anderzijds omdat hij alleen vertelde waar de vele rotsformaties op leken (dinosaurus, boze man etc.) is plaats van informatie over de rivier en de grot. Desondanks toch wel erg mooi.
De hutjes op palen die 5 euro per nacht bleken te kosten, waren toch wel even anders dan die wij gereserveerd hadden. Bovendien zaten onder mijn hutje broedende kippen en een haan, wat de nachtrust nou niet bepaald ten goede zou komen. Na te hebben geklaagd, alsnog ondergebracht in het complex waar we eigenlijk hadden moeten zitten. Sabang is bekend om de ondergrondse rivier, die volgens de lokale VVV tot de 7 wereldwonderen behoren. Nogal massatoerisme door de vele dagjesmensen. Eerst met een bootje over zee naar de ingang en aldaar overgestapt op een bootje om over de rivier te varen nadat we van een zwemvest en helm voorzien waren. We hadden het laatste bootje van de dag, waardoor het relatief rustig was. De grot invarend gelijk veel kabaal van de honderden spechtjes die er rondvlogen. Ook hingen er heel veel vleermuizen. Aan de gids achterop de boot had je niet veel. Enerzijds omdat je hem niet kon verstaan en anderzijds omdat hij alleen vertelde waar de vele rotsformaties op leken (dinosaurus, boze man etc.) is plaats van informatie over de rivier en de grot. Desondanks toch wel erg mooi.
Met een gammele kruising tussen een jeepney en een truck naar Puerto Princessa gereisd. Daar bleek niet al te veel te beleven te zijn, maar is culinair gezien wel de beste plaats op het eiland. Heerlijk gegeten en veel tijd op terrasjes doorgebracht onder genot van verse fruit shakes en cheesecake. Het vliegveld van Puerta Princessa bleek op loopafstand van het hotel te zijn (net als de landingsbaan) . Nogal chaotische in check, waarna we meer bagagelabels hadden dan ingecheckte tassen. In het vliegtuig had een personeel een quiz bedacht om de passagiers wakker te houden en wie als eerste het antwoord wist, kon nog leuke prijsjes winnen ook. Erg vermakelijk. Na een uur vliegen aangekomen in Cebu en daar gelijk en gelijk naar de haven gegaan voor de boot naar Tag. Het bleek een snelle draagvleugelboot te zijn, die ons in minder dan twee uur naar het eiland Bohol bracht. Op het vliegveld en op de boot gratis WiFi, iets wat je hier ook in veel hotels, restaurants en sommige malls hebt.
Bustourtje gedaan over het eiland Bohol. Stuk toeristischer dan de meeste andere plekken waar we geweest zijn. Was wel even wennen. Eerst langs een sanctuary voor Tarsiers (bij ons beter bekend als Spookdiertjes) geweest. Dit zijn een soort aapjes met hele grote ogen. In werkelijkheid bleken het hele kleine diertjes, niet veel groter dan je hand maar die wel in staat zijn om sprongen van 5 meter te maken. Erg leuke diertjes om te zien. Daarna de Chocolate Hills bezocht. Dat zijn met gras begroeide ronde heuveltjes. Naarmate het minder regent kleuren ze bruiner. Op zich wel een leuk gezicht al die heuveltjes in het landschap waar buiten gras niets op groeit. Lunch kregen we op een grote toeristenboot, waarbij je dan gelijk een klein tochtje maakt over de Loboc river. Op zich wel aardig in een mooie omgeving,maar organisatorisch gezien krijg je wel het Efteling gevoel. Heel erg toeristisch allemaal. Op weg naar de boot wordt je entertained door een bandje en op de boot wordt je beziggehouden door een zingende artiest met keyboard, om er zeker van te zijn dat je niet wordt afgeleid door de mooie natuur waar je doorheen vaart. Helemaal in Efteling stijl vaar je dan ook nog langszij bij een stijger, waar je dan nog naar een optreden kan kijken van de plaatselijke folklore dans en zanggroep. Wel weer snel daarna doorvaren, zodat de boot achter ons kon aanmeren. Na daarna nog een grote souvenirsshop en een bandje te hebben genegeerd, weer in de bus gestapt en nog wat andere toeristische attracties bezocht.
De laatste dagen van de reis uitgerust in een resort op het Eiland Pangalao, waar je je overdag alleen maar druk hoefde te maken over op welk terrasje je ging ontbijten, lunchen, dineren en welke coctails je nu weer zou nemen. Erg leuk waren ook de verschillende bandjes die bij verschillende strandtenten ‘s-avonds optraden. Keerzijde van zo’n plek is wel dat je oude en hele dikke mannen ziet lopen met wel hele jonge Filippijnse meisjes (kon vaak hun kleindochter zijn) zag rondlopen, zoals je dat ook in o.a. Manila wel ziet. Toch nog wel even een bootje gehuurd en een onbewoond bounty eilandje bezocht en nog wat gesnorkeld bij een nabij gelegen rif. Erg mooi en heel veel vissen. Ook best wel grote die je af en toe echt aanstaren. Het gebied is ook populair bij duikers, die je dan schuin onder je af en toe ziet langskomen. Vanaf het eiland eerst terug naar Manila gevlogen en daarna in bijna 14 uur terug naar Schiphol.

© Roel de Gama

Close Menu