Reisverslag: Indonesië en Thailand
Foto’s van deze reis: Fotoalbum Indonesië en Fotoalbum Thailand
INDONESIË
Voorspoedige vlucht naar Kuala Lumpur. Na wat geschuif van medepassagiers, zowaar een lege stoel naast me. Na 12 uur vliegen rond 06:00 geland in Kuala Lumpur. Afgezien van de passagiers uit ons vliegtuig, was het vliegveld volledig uitgestorven. Met een treintje naar een andere terminal en daar op het vliegtuig naar Jakarta gestapt. Aanzienlijk minder beenruimte dan op de eerste vlucht. Na 2 uur vliegen geland in Jakarta, waar ook vrijwel niemand was. Nog even een miljoen aan lokale valuta gepind, wat nog net geen 85 euro bleek te zijn.
Aangekomen bij de (lege) bagageband, bleken de lokale porters zo vriendelijk te zijn geweest om de bagage alvast van de band op karretjes te zetten. Uiteraard wel met het verzoek om 5 dollar fooi voor de ongevraagde service. Na bij de uitgang ook de taxichauffeurs en andere dienstverleners van me te hebben afgeslagen, de lokale bus gepakt die je voor 3 euro verrassend comfortabel in twee uur naar Bogor bracht. Daar aangekomen op het busstation, bleken alle aanwezige taxi’s motoren te zijn, wat niet zo praktisch is als je ook nog bagage hebt. De vele lokale minibusjes (met de nadruk op mini) reden alleen vaste routes, dus maar te voet naar het hotel gegaan.
Bogor – wat vroeger buitenzorg heette – zelf zou een rustiekere plaats zijn dan Jakarta, maar echt rustig is het er niet. Met 2 miljoen inwoners is dat waarschijnlijk ook niet zo vreemd. Het centrum van de stad wordt gevormd door een grote botanische tuin van 200 jaar oud. Wel aardig, ook omdat alle planten en bomen gewoon buiten groeiend. Er omheen is het een grote verkeerschaos, maar eenmaal binnen merkt je er weinig van. Ook een wandeltocht ondernomen door een soort dorp binnen de stad, waar je alleen lopend doorheen kon. We werden uitgenodigd om in het lokale schooltje te komen, waar de jeugd gelijk hen Engels op ons oefenden. Erg vermakelijk. Vroeg uit de veren om de regiomarkt te bezoeken. Ook daar geen andere toeristen te bekennen en werden we veelvuldig hartelijk begroet. Een siësta tussendoor is wel prettig, want de hoge luchtvochtigheid met brandende zon en 35 graden hakken er aardig in. Gelukkig af en toe ook een verkoelende tropische stortbui, al was dat minder als je dan net buitenstond.
Weer vroeg op om verder te trekken. Redelijke wegen en mooie uitzichten. Java lijkt wel een grote agglomeratie, zeker rond de (erg drukke) doorgaande wegen. Op het eiland wonen 120 miljoen mensen, dus dat kan je dan ook wel verwachten. Wel nog veel groene gebieden. Het verkeer is hier wel apart, nog afgezien dat men hier (meestal) links rijdt. Favoriet vervoer is hier de motor, die je zowel links als rechts voorbijschieten. Ook tref je op je rijbaan meer tegenliggers aan dan je zou willen, waarbij bochten niet als extra uitdaging worden ervaren. Leuk bezoek onderweg bij een grote theeplantage en fabriek, waar o.a. de Pickwick-thee vandaan komt. Omdat het wat hoger ligt, was de temperatuur ook erg aangenaam. In de middag ook nog een 1200 jaar oud Hindutempeltje bezocht. Vanaf de doorgaande weg moet je dan eerst met een paardenkarretje naar een meertje en daar overstappen op soort vlot. Dat de weg gewoon geasfalteerd bleek te zijn en dat je met de vlotten die er lagen met gemak een brug naar het eilandje kon maken, mocht de pret niet drukken. Ook het nogal vals zingend bandje dat ongevraagd meevoer op het vlot, veranderde daar niets aan. Het hotel voor de nacht in Cipanas lag aan de – erg lawaaiige – doorgaande weg, maar had wel het water van de nabijgelegen warmwaterbronnen door de badkamer stromen. Heel apart. Blijkbaar een grote investering, want WC-papier of handdoeken had het hotel niet. Het schijnt dat de hotels dusdanig veel water uit de bronnen gebruiken, dat er voor de plaatselijke bevolking vrijwel niets overblijft. Gegeten in een luxe andere hotel. De live muziek was daar dusdanig luid dat alle gasten zover mogelijk van ze af gingen zitten of maar snel vertrokken, wat de onverstoorbare band blijkbaar niet opmerkte.
Met een klein busje richting de actieve vulkaan. Eerst over een weg met veel kuilen, maar later over een grote kuil met af en toe een stukje weg. Daarna nog een aardige klim naar boven over stukken rots. Boven aangekomen, bleek de geadviseerde mond en neusbedekking geen overbodige luxe tegen de verstikkende en naar rotte eieren stinkende zwaveldampen. Naast wat kleinere, ook een flinke geiser, die met veel geweld en kabaal de giftige dampen uitspoot. Weer verder rijdend, bleek het (splinternieuwe) busje waar we in zaten niet bestand tegen de tropische stortbuien. De water stroomde letterlijk van boven het busje in, uiteraard precies waar onze bagage stond. Vooralsnog gelukkig alleen wat kleren. De lekkage werd verholpen door maar gelijk alle kieren met tape aan de buitenkant af te dichten. Aangekomen in Pandangaran bleek dat toeristen toegang moeten betalen om de stad in te mogen rijden. Het had wel wat weg van een spookstad, met heel veel hotels, restaurantjes en kraampjes op straat, maar maar een handjevol toeristen, die allemaal in dezelfde drie hotels leken te verblijven en aten bij dezelfde twee restaurants. Moeilijk voor te stellen dat de hotels hier in de zomer helemaal volgeboekt zitten met toeristen
De plaatselijke moskeeën zorgden weer voor een gebroken nacht. Gezien het volume van de speakers, probeerden ze waarschijnlijk ook gelovigen buiten de stad te bereiken. Toch maar weer vroeg op voor een wandeling door het nationaal park (Taman Nasional Pangandaran). Ontspannen, maar wel heel erg heet al ‘s morgens (35 graden). Veel apen en reeën gezien, maar ook egeltjes en vleermuizen in een grote grot. In de omgeving nog wat lokale thuis bedrijfjes bezocht, o.a. eentje die kroepoek maakte. Onderweg veel bordjes met mogelijke evacuatie-routes. Deze zijn geplaatst nadat hier een tsunami hard heeft toegeslagen en de metershoge golven de kuststrook verwoestte. In de omgeving heb je de Green Canyon, waar je met een bootje doorheen kan varen. Erg mooi, ook al wat water niet groen maar bruin door al het regenwater uit de bergen. Op het mooiste plekje onder watervallen nog wat gezwommen, wat wel erg lekker verkoelend was in de hitte.
Met een houten boot naar gevaren. Het advies om oordopjes mee te nemen, was niet overbodig gezien de herrie van de motor. Afgezien van het lawaai, wel een mooi tochtje. Door de sterke stroming, waren we 1,5 uur eerder dan gepland op onze bestemming. Daarna nog 4 uur met de bus naar Wonosoboo. Mooie route door groen en bergachtig landschap. Eind van de dag weer een flinke hoosbui. Wonosobo is zelf niet erg interessant, maar het nabijgelegen Dieng Plateau des te meer. Mooie route door de bergen met veel vergezichten, langs de antieke Arjuna Tempels, de actieve Kawah Sikidang vulkaan (met veel zwaveldampen en een grote kokende modderpoel) en twee turquoise meren (Telega Warna en Telega Pengilon). Voor een mooi uitzicht nog even een bergje beklommen via een erg glibberig pad.
Volgende bestemming was de beroemde Borobudur. Voordat je die te zien krijgt moet je eerst alle irritante opdringerige verkopers van je af zien te slaan. Voor degene die dat voor zonsondergang lukt, wacht dan een van de mooiste tempels van Zuid-Oost Azie. Meteen bovenaan begonnen, waar het op dat moment nog redelijk rustig was. Daar zie je gelijk in wat voor mooie omgeving de 2 miljoen stenen tellende boeddhistische tempel is gebouwd. Op de verschillende terrassen zouden 15.000 verschillende reliefs te vinden zijn. Reeds 1200 jaar oud, zie je wel duidelijke tekenen van slijtage die voornamelijk wordt veroorzaakt door de grote hordes toeristen (oplopend tot 90.000 per dag) die de tempel bezoeken. Eenmaal weer boven, kon je ineens over de hoofden lopen. Was wel even een desillusie. Al met al wel erg imposant. Naar buiten toe weer door de haag van opdringerige verkopers, maar onder begeleiding van een gids mocht je blijkbaar een shortcut nemen waardoor je niet ook nog langs de rijen souvenirkraampjes hoefde.
Op weg naar Yogyakarta nog even een stop bij een zilversmid. Het kleine atelier waarin gewerkt werd, stond niet bepaald in verhouding tot de mega winkel erachter (waar je toevallig door heen moest zigzaggen om er weer uit te komen). Yogyakarta doet aan als een moderne stad. Ons hotel bevond zich in de toeristenwijk (lees: 1 straat). Taxi’s zijn er bijna niet, dus ben je voor je vervoer aangewezen op een van de (in overvloed aanwezige) wecaks. Deze fietstaxi’s zijn wel leuk, maar over de prijs is altijd discussie en voordat je het door hebt belandt je in een of andere batik shop i.p.v. op je bestemming. Ging bij ons wel goed, al moest je onderweg wel continue aanhoren dat je pas de eerste klant die dag was en hoe afhankelijk hij was van een vette fooi. Het basistarief dat wij betaalden was blijkbaar ook al royaal, want ze wilden rustig tot twee keer toe twee uur wachten ons daarna weer naar een andere plek te rijden. Zo o.a. het paleis van de sultan, het Waterpaleis en de vogeltjesmarkt (waar ook andere niet alledaagse diersoorten werden verhandeld) bezocht. Op de lokale Kalverstraat kon je over de hoofden en fietstaxi’s lopen, dus maar snel weer terug naar het hotel. Daar bleken net twee bussen vol met schoolkinderen te hebben ingecheckt, die verrassend genoeg nog eerder wakker waren dan de omroeper van de plaatselijke moskee.
Dan ook maar vroeg uitgecheckt en doorgereisd naar Prambanam tempel. Erg mooi. Daar ook weer veel verkopers, maar verder geen toerist te bekennen. Blijkbaar waren we de eersten die dag. Na de Borabadur wel een verademing, terwijl dit tempelcomplex zeker net zo imposant is. Solo staat ook wel bekend als Surakarta. Daar een bezoekje gebracht aan het Mangkunegera Paleis van de lokale Sultan. De al op leeftijd zijnde gids aldaar sprak redelijk Nederlands, maar was door zijn gebrabbel toch niet te verstaan. Aangekomen bij de Sukuhtempel waan je je in Mexico qua architectuur. Door de binnendrijvende wolken was ineens het zicht beperkt tot een paar meter. Maar snel weer doorgereden naar Tawangmangu. We kwamen tegen sluitingstijd aan bij het toegangshek van de plaatselijke waterval en mochten dan ook niet meer naar binnen. Na de beambten vriendelijk te hebben aangekeken (en wat extra rupees hadden toegeschoven), werden de hekken alsnog voor ons geopend. Na 400 treden te hebben afgedaald, dan eindelijk uitzicht op de 30 meter hoge waterval. Bleek niet echt idyllisch, wat in plaats van mooi wit was de waterval door de regelval veranderd in een grote bruine modderstroom. De 400 treden terug naar boven waren wel even pittig. Daar werden we opgewacht door een groepje apen, die vakkundig de kroepoek van een toerist afhandig maakten.
Volgende dag een mooie route de berg op, met sommige wel erg steile stukken. Duurde nogal lang, aangezien niet meer vermogen had dat 10 km per uur bergop te rijden. Helaas door de zware bewolking weinig uitzicht. Behoorlijk fris in het bergdorp Bromo dat aan de buitenste ring van de krater van de Bromovulkaan ligt. De vastberaden plaatselijke verkopers speelden daar handig op in door de verkoop van mutsen, sjaals en dekentjes. Eentje hield het maar liefst drie uur vol om voor het raam van het hotel in de kou zwaaiend met zijn koopwaar onze aandacht te trekken. Om 04:00 al (zelfs voordat de plaatselijke imam wakker was)in een oude 4×4 Toyota Landcruiser naar een uitzichtspunt op 2700m voor de zonsopgang. Gezien het weer van de vorige dag hadden we er een hard hoofd in, maar onverwachts keken we toch naar een heldere sterrenhemel. Blijkbaar waren we niet de enige, want het was bijna filerijden naar boven zo midden in de nacht. Mooi uitzicht op de Bromovulkaan met de zonsopgang. Wel erg koud zo in de wind. Vervolgens gingen alle toeristen weer in hun 4×4 naar de kraterwand. Met een paardje (zat inclusief de excursie die we geboekt hadden, al bleek dat later alleen enkele reis te zijn) een stuk over het lavazand en daarna met een steile trap naar boven. Bovenop kijk je dan zo in de actieve vulkaankrater. Wel apart, al zie je alleen maar de zwaveldampen. Gelukkig stond de wind in de juiste richting. Uit het feit dat de meeste toeristen terugliepen i.p.v. per paardje naar de parkeerplaats, kon je opmaken dat zij hetzelfde toertje geboekt hadden. Eenmaal weer vertrekkend uit Bromo was het ineens weer zwaarbewolkt.
In het straatbeeld van Indonesië tref je veel ongevraagde Verkeersregelaars aan. Je ziet ze met name op plaatsen waar je kunt parkeren. Sommige zwaaien alleen wat met hun armen, maar de serieuze hebben een fluitje, vlaggetje en sommige zelfs een soort uniform. Rijk worden ze er niet van, aangezien ze meestal maar 1000 rupies per keer krijgen. Blijkbaar een gewoonte hier. Bij slingerweg bijzonder fenomeen. Bij de vele (scherpe) bochten zie je mensen staan die met handgebaren lijken het verkeer te waarschuwen voor tegenliggers, maar in de praktijk gewoon aan het bedelen zijn en helemaal niet proberen te helpen en doorgaans niet eens op het verkeer letten. Heel bizar en best wel lachwekkend. Je ziet ook oude mensen, kinderen en zelfs hele gezinnen langs de weg zitten gebaren. Het schijnt dat dit er al generaties lang zo aan toe gaat. Verderop in een file terechtgekomen, veroorzaakt door een ongeval. Ook al stonden we stil in file toch werden we links (via de berm) en rechts ingehaald. De rijstrook voor de tegenliggers was spontaal veranderd in een busbaan, met het gevolg dat bij de eerste de beste tegenligger het verkeer in twee richtingen muurvast kwam te staan.
Volgende hotel viel wat tegen. Van een stofzuiger hadden ze blijkbaar nog nooit gehoord en in sommige kamers liepen kakkerlakken rond. Door naar Malang, waar we een stadswandeling gemaakt hebben, langs huizen en gebouwen van oorspronkelijk Nederlandse (koloniale) architectuur. De straat met de meeste Nederlandse villa’s heet nu de Millionaires Row en lijkt wel het Beverly Hills van Indonesië te zijn geworden. Smogwandeling zou een betere term zijn geweest en door de herrie van het verkeer kon je elkaar nauwelijks verstaan. Ook waren de Nederlandse ontwerpers blijkbaar de trottoirs vergeten. Nog even een koffiebroodje gekocht bij de Hollandse Bakker. Een broodje kroket kun je hier trouwens ook krijgen. Lange rit naar Bali. De (enigszins verroeste) ferry voer in slechts 45 minuten van Java naar Bali. Eenmaal Bali vallen gelijk de vele Hindu-tempeltjes op. Ieder huis heeft er wel een. Overnacht in Ubud. wel leuk plaatsje, maar behoorlijk toeristisch. O.a. de Mandala Wisata Wanara Wana (ook het heilige apenbos genoemd) bezocht waar – niet geheel verrassend – heel veel apen verbleven. Mooi park.
Een tochtje door Oost-Bali gemaakt op weg naar. Onderweg nog gestopt bij een kruidentuin, die maar net zo groot bleek te zijn als de bijbehorende souvenirwinkel. Ook nog een paar Hindoetempels bezocht. In de actief in gebruik zijnde Tirta Empul (heilige water) Tempel vond net een ceremonie plaats en werd gebaden in het heilige water. Apart gezicht. De Kehen Tempel was daarentegen geheel uitgestorven. Zonder Sarong (omslagdoek om de benen te bedekken) mochten we niet naar binnen, maar toevallig waren er allemaal verkopers bij de ingang die ze wel aan ons wilden verkopen. Na ze vriendelijk genegeerd te hebben, bleek je ze bij de kaartverkoop gratis kon lenen. Mooie tempel trouwens. Iets verderop was het bij een onbekende tempel een drukte van belang. Toch maar even gestopt om polshoogte te nemen. Er bleken in de tempel hanengevechten plaats te vinden in het kader van een driedaags festival. Gadegeslagen door honderden uitzinnige gokkers en fans, gingen de hanen – gewapend met scheermesjes op de poten – elkaar te lijf. Je waant je net in een of andere Rambo-film. Het bloed van de hanen werd gebruikt om geofferd te worden in de tempel. Na een bezoek aan een soort Museumdorpje (Penglipuran), verkoeling gezocht op het strand van Pangdanbai.
Bali is toch wel anders dan Java. Zo is het grootste deel van de bevolking op Java Moslim, terwijl er op Bali voornamelijk Hindoes wonen. Het Hindoeisme gaat samen met heel veel tempeltjes (elk huis heeft er wel een) en offering rituelen. Daarnaast is er veel minder verkeer en lijkt de sfeer iets meer ontspannen. Hotel in aan het strand. Vroeg op (06:00) om de veerboot naar Lombok te pakken. Deze zou om 07:30, maar van ervaringsdeskundigen vernomen dat dat soms ook wel een kwartier eerder zou kunnen zijn. Op tijd op de boot, die uiteindelijk pas om 07:50 vertrok. Vier uur varen in de brandende zon en met luide muziek. Op Lombok door naar Senggigi waar het hotel aan het strand en mijn kamer aan de drukke weg lag. Maar laten verhuizen naar een kamer met zeezicht. Voor de kust van Lombok, liggen de Gigi-eilanden waar het mooi snorkelen is met veel koraal en redelijk wat vissen. Ook nog verschillende zeeschildpadden gezien. Bij de laatste snorkel-locatie zat je te snorkelen tussen plastic en ander zwerfafval. Daar wel weer heel veel vissen (die daar waarschijnlijk op af kwamen). Ook Lombok zelf verkend. Mooie natuur. Lunch met uitzicht op vulkaan, waterval, bossen en de zee. Alleen jammer van de zwarte deeltjes die overal neerdwarrelden vanaf de actieve vulkaan. Onderweg bij een knoflook-dorpje was iets van een dorpsevent gaande, dat net afgelopen bleek toen we aankwamen. Aan ons werd een bijdrage gevraagd voor de dorpsgemeenschap, waarna de optredende verklede kinderen voor ons poseerden. De 3,5 euro bijdrage bleek genoeg te zijn om de doorgaande weg af te sluiten en een deel van de soort krijgersdans vol trots voor ons opnieuw op te voeren. Dit onder belangstelling van een horde enthousiaste dorpsgenoten. Erg leuk. Zoals het hoort ook nog een dorpje van de oorspronkelijke bewoners van Lombok bezocht. Erg primitief en zonder stroom en water.
Erg vroeg op om het vliegtuig van 07:00 uur naar Bali te pakken. Nogal rommelige checkin bij Batavia Air, waarna we geschreven boarding passen kregen, met verkeerd gespelde namen en zonder vluchtnummer, bestemming of stoelnummer. Het – uiteraard – vertraagde Fokker 50 vliegtuig deed er nog geen 25 minuten over van Mataran naar Denpasar. Comfortabel hotel aan zee in Legian (boven Kuta) genomen en daar vooral uitgerust. Heel veel toeristen (met name uit Australië) en geen gebrek aan luide muziek vanuit de bars langs het strand en een groot podium op het strand. Vlucht vanuit Bali naar Bangkok duurde een uur langer dan verwacht, aangezien ik het tijdsverschil van een uur vergeten was. Hele goedkope vlucht met Air Asia, de belangrijkste prijsvechter van Zuid-Oost Azië. Voor 5 euro extra kon je zelf een zgn. Hot Seat uitzoeken op de eerste zes rijen en bij de nooduitgang. In de praktijk heb je alleen op rij 1 echt meer beenruimte en zit op alle andere rijen met je knieën zo ongeveer in je nek. Blijkbaar wisten meer mensen dat, want alleen op rij 1 zaten mensen en de 5 rijen erachter (evenals de seats na mij) waren leeg en de rest van het vliegtuig zat praktisch vol. Wie probeerde op een stoel in de lege rijen te gaan zitten, werd door het cabinepersoneel gelijk weggestuurd.
THAILAND
Gezien de ontwikkelingen in Bangkok zie hier en hier (een week geleden is daar de noodtoestand daar van kracht), gekozen voor een hotel vlak bij de rivier uit de buurt van de 20.000 Red Shirt demonstranten die zich o.a. in het zakencentrum hebben verschanst. Vanuit het hotel konden de bezienswaardigheden die ik wil gaan bezoeken in de oude stad per boot (river ferry) over de rivier bereikt worden, wat veiliger was en met de verkeersdrukte vaak nog sneller ook. Blijkbaar hadden andere toeristen dat ook ontdekt, want in het straatbeeld zag je nauwelijks toeristen terwijl je ze wel op de boten zag. In het Grand Palace en omgeving nog best wel veel westerse toeristen, hoewel met merendeel georganiseerd reisde. Op andere plekken – zoals in het populaire Chinatown – was het aantal westerse toeristen echter op een hand te tellen. Het lopen door de (overdekte) winkelstraat van Chinatown is op zich ook al een belevenis. Er zijn heel veel kraampjes en winkeltjes, maar het looppad daartussen is niet meer dan 1,5 meter breed. Op dat pad krioelt het van de shoppers die zich er doorheen wringen. Daarnaast zijn er nog de mobiele verkopers die met karretjes volgeladen met spullen (met name etenswaren) zich ook nog op het pad begeven. Ook moet je opletten dat je niet per ongeluk op een midden op het pad languit op de grond liggende bedelaar stapt. Vanaf een hoger gelegen tempel mooi uitzicht over de stad. Vanaf mijn hotelkamer op de 17e verdieping echter nog veel verder uitzicht.
In de oude stad was echter niets te merken van de gespannen sfeer in andere delen van de stad. Sterker nog, tijdens de eerste twee dagen sightseeing geen demonstrant, oproerpolitie of ordertroepen gezien, ook niet in of rond het centraal station. Pas tijdens een taxirit terug naar het hotel (route kwam in de buurt van het zakencentrum) oproerpolitie en militairen gezien die de kruispunten in gaten hielden. In het demonstratiegebied zelf kun je niet zomaar terecht komen, aangezien zowel de demonstranten als de ordetroepen de toegangswegen hebben gebarricadeerd. Rijdend langs een eindeloos lijkende rij geparkeerde politiebusjes en legervoertuigen werd wel weer duidelijk dat je in die wijk als toerist ook niets te zoeken hebt. Bij het Victory Momument – waar twee weken eerder nog een veldslag plaatsvond tussen demonstranten – ook geen demonstrant te zien. Wel veel politie, gewapende militairen en panservoertuigen, dus ook daar maar weer snel vertrokken.
Prettig is dat in de stad de taxi’s met een meter rijden en dat je niet elke keer moet onderhandelen over de ritprijs. Per taxi naarhet station en verder met de trein naar Ayuthaya gegaan, wat op 1,5 uur reizen van Bangkok ligt. De Thaise dame die naast mij zat toonde wel erg veel belangstelling door gelijk na twee minuten conversatie naar mijn e-mailadres te vragen (na alleen kort te hebben gevraagd waar ik vandaan kwam en wat voor werk ik deed). Op het aankomstperron al gelijk een toeristeninformatie kraampje, waar de dame – ongevraagd – alleen vertelde dat een tuktuk 200 bath per uur kostte. Later bleek dat ze van de toeristenpolitie was en toeristen waarschuwde voor tuktuk drivers die meer vroegen dan de in de stad formeel afgesproken prijs. In de stad zijn heel veel bezienswaardigheden, die vaak toch wel een stuk van elkaar afliggen. Het is dan wel handig om iemand bij je te hebben die de mooiste plekken kent en je daar naar toe brengt, op je wacht, en je daarna naar de volgende plek brengt. Ook al is het voor Thaise begrippen wat aan hoge kant, voor de 5 euro per uur is het toch wel makkelijk. Best wel wat toeristen hier: het leken er wel meer dan in Bangkok. Vanuit Aythaya wilde ik nog even naar het zomerpaleis dat er niet zo ver vanaf zou moeten liggen. Treinticket gekocht. Bleek al bij de volgende stop te zijn, maar toen de trein hard doorreed bij het station en dat daarna nog zeker een half uur bleef doen, kreeg ik toch een vaag vermoeden dat ik in de verkeerde trein zat. Toen de buitenwijken van Bangkok in zicht kwamen maar even naar de conducteur gelopen die bij het instappen mijn kaartje nog had gecontroleerd. Dit keer zette hij maar even zijn leesbril op, waarna er een “oeps”-momentje was. Ben benieuwd of hij de kaartjes van de andere reizigers wel zonder bril kon lezen.

© Roel de Gama

Close Menu