Reisverslag naar het oosten van China

China: Xi´An
In Xi´an regende het bij aankomst pijpenstelen. Maar een taxi naar een hotel genomen. Waarschijnlijk weer flink afgezet, aangezien bij onderhandeling de prijs wel erg snel 1/3 daalde. Bed in driepersoonskamer was 40 yuan. Kamergenoten waren twee Britten die Engels les gaven aan Chinezen in Gangzhou. Aan de andere kant van de straat was Mona´s Home Cooking, een ontmoetingsplaats voor buitenlanders. Erg handig om reiservaringen uit te wisselen. Het restaurantje had concurrentie van Dad´s Home Cooking, dat er vlak naast zat. Helaas voor de eigenaar kwam er geen enkele buitenlander. Ondertussen is het wel duidelijk als je de weinige andere buitenlanders wil ontmoeten, je het beste kan logeren in de goedkoopste hotels die als eerste worden genoemd in de Lonely Planet gids. De douches in het hotel waren warm en de WCs waren naar omstandigheden redelijk. Nog even naar Nederland gebeld en toen gehoord dat er grote overstromingen zijn in China en veel mensen zijn verdronken. In China werd daar op het nieuws niets over gezegd en ook in kranten stond niets. Hoezo censuur. Volgende ochtend weer een soort tour geboekt voor 25 yuan. Eerst naar het station waar het 1,5 uur duurde voordat de Britten een kaartje hadden bemachtigd. Volgende stop was bij een heuvel, dat blijkbaar een ongeopende Ming Tombe was. 8 Yuan om binnen te komen en 6 yuan voor toegang tot het museum, dat een klein klaslokaal bleek te zijn waar alles in het Chinees stond uitgelegd. In 20 minuten hadden we de heuvel beklommen en alles in het museum wel gezien. Eerst nog 10 minuten op zoek geweest naar de chauffeur.
Hoogtepunt van de trip was een bezoek aan de het opgegraven Terracotta leger. Wel even 80 yuan toegang neertellen. De dame achter de kassa wilde m´n 100 yuan billet niet aannemen en schoof het ongeïnteresseerd terug. Dus maar de blokkeer-en-wacht strategie toegepast. Na een paar minuten kwam ze toch maar en actie en ging wisselgeld halen. De toegangskaart was onverwachts een modern ticket met een magneetstrip, dat in een gleuf van een toegangspoortje moest. Er was blijkbaar een speciaal poortje voor buitenlanders. Er zat een bewaker in op een stoeltje voor. Hij gebaarde dat we ons maar langs hem moesten wringen, waarop wij gebaarden dat hij moest ophoepelen. Met veel tegenzin zette hij toen maar zijn stoel opzij. Ons magneetstrip kaartje moesten we afgeven aan een kaartjesknipper (!), die vervolgens het poortje voor ons opende. Binnen was het vrij rustig. Echt fascinerend om die honderden beelden van warriors op ware grote te zien en dan te bedenken dat het meeste nog niet is opgegraven. Het bleek dat de beelden onderdeel vormden van het graf (Ming Tombe heuvel) kilometer die we eerder bezocht hadden 1,5 km verderop. Bij elk gebouw stond weer iemand om je ticket te controleren, hoewel ze alleen all-in tickets verkochten. Foto´s maken mocht niet, omdat dat slecht voor de beelden zou zijn. Vreemd genoeg kon je je voor veel geld wel op de foto laten zetten.
Daarna nog naar de oudste stad van China geweest. Had meer weg van een klein pretparkje. Er waren huisjes slecht nagebouwd. Voor ons werd nog wat worstelkunst getoond. Wel grappig. Van de oudste stad zelf bleek niet veel meer over te zijn dan een soort plattegrond/fundering.
Terug in het hotel bleek ik twee nieuwe kamerbewoners te hebben uit Tsjechië. Ze waren lange tijd in de bergen geweest, maar waren letterlijk weggespoeld door de regen. Ook de volgende dag weer veel regen. Tijdens een droge periode een fiets gehuurd voor 5 yuan. Deelnemen aam het verkeer in Xi´an was een stuk gevaarlijker doordat men nogal hard reed. Er waren drie soorten kruisingen met zonder verkeerslicht, met verkeerslicht en met verkeerslicht & politieagent & mannetjes met rode vlaggetjes om de fietsers tegen te houden. Het mag voor zich spreken dat alleen de laatste combinatie werkte. Bij de CITS vliegticket opgehaald. Alles op het ticket was in het Chinees, maar ik kon nog wel de tijd en het vluchtnummer herkennen. Die kwamen echter niet overeen met wat ik geboekt had. Bij navraag bleek mijn vlucht geannuleerd te zijn (te weinig passagiers..) en dat ik was overgeboekt op een vlucht drie uur eerder. Toch wel handig dat ik daar van tevoren achter kwam.
Daarna nog even de stad verkent. De binnenstad is omgeven door een metershoge nog compleet intacte stadsmuur. In het midden van de stad staat de Bell tower (15 yuan) die werd gebruikt om de stad te bewaken en uitzicht gaf over de gehele oude stad. Voor de rest viel er niet veel te beleven. Er is zware luchtverontreiniging. Nog even gefietst door de Moslim wijk met de vele nauwe straatjes. Fietsen was echter geen pretje. Je moest erg oppassen voor de (soms grote) gaten in het wegdek. Ook word je gek van het getoeter. Iedereen toetert als ze inhalen. Met zoveel fietsers gebeurd dat nogal eens. Vrijwel niemand lijkt er echter op te reageren. ´s Avonds nog wat gegeten bij Mona´s Home Cooking. Daarna nog even gevraagd of ik een Foto’s van de keuken mocht maken, die uiteraard vol trots werd getoond. Beter niet kunnen zien: het eten vergaat je gelijk. Volgende ochtend met een CAAC shuttlebus naar het vliegveld (15 yuan). De buschauffeur (!) probeerde mij nog wel even een taxirit aan te smeren (60 yuan) maar uiteraard niet op in gegaan. Vlotte incheck op het vliegveld.
China: Congcinq
Het vliegtuig bleek een niet al te modern 2 propellervliegtuigje te zijn. Mijn tas mocht als handbagage mee, omdat er geen ruimte in de bagageruimte meer was voor de bagage van de passagiers. De vlucht duurde 1,5 uur. Hetgeen dat als catering werd verstrekt maar niet aangeraakt. Zachte landing, al was ineens de cabine gevuld met waterdampen. Per erg volle CAAC bus (10 yuan) naar centrum gereisd. Weer de enige buitenlander in de bus. Bij de busstop (altijd bij het CAAC office) stond een horde taxichauffeurs mij al op te wachten. De eerste taxichauffeur stond wel erg ver weg geparkeerd, dus maar een ander gekozen. Deze had echter weer geen meter en wilde wel erg veel geld. Dus maar weer uitgestapt en een taxi midden op straat aangehouden. Deze had wel een werkende meter, maar bleek de weg niet te weten. Na veel omzwervingen terechtgekomen bij een ander (duurder) hotel. Taxichauffeur daar maar de weg laten vragen. Uiteindelijk toch nog bij het goede hotel beland. De meter stond op 15 yuan, wat ondanks de lange rit nog de helft goedkoper was dan wat de andere taxichauffeur vroeg. Dorm beds waren 90 yuan. De kamer moest gedeeld worden met 3 Japanners, die net als alle taxichauffeurs geen woord Engels spraken.
Volgende dag op jacht naar een ticket voor de boot naar Wuhan. Dat bleek niet zo makkelijk te zijn. Bussen hadden alleen namen op de voorkant en geen busnummers. Dus maar een taxi genomen. Ook deze chauffeur wist de weg niet, maar was zeer behulpzaam. Na een half uur zoeken toch nog een ticket weten te bemachtigen. Alleen de vertrekplaats van de boot stond niet op de plattegronden. Vreemd genoeg hoor je hier vrijwel geen getoeter. Door het heuvelachtige straten zijn er ook veel minder fietsen. Op straat geen enkele andere buitenlander gesignaleerd. Nog even mijn schoenen laten poetsen. Daarvoor werd gebruik gemaakt van een tandenborstel, waarvan de schoenpoetser gezien de staat van zijn gebit blijkbaar niet wist waarvoor die bedoeld was. Opvallend is dat je hier veel meer slapende mensen op straat ziet dan elders. Na verkeerd ze zijn gelopen kwam ik terecht in een doolhof van smalle straatjes langs de rivier, wat duidelijk de achterbuurt van de stad was. Al snel werd ik tegengehouden door mensen in uniform (daar heb je er in China nogal wat van), die vonden dat ik daar als toerist mocht komen. Rond 15:00 alweer moe door de hitte en teruggegaan naar het hotel. Echt uitrusten was er niet bij, door de bouwsite tegenover het hotel, waar men blijkbaar dynamiet gebruikte om dieper te kunnen graven. Maar gezellig zitten kaarten met de twee nieuwe kamergenoten: een Zwitser en een Amerikaan. Daarmee op zoek gegaan naar de kabelbaan om de rivier over te komen. Deze kon zo uit een historisch museum komen, was leek wel solide. Aan de andere kant bleek nog minder te beleven als in de stad, dus maar weer snel teruggegaan.
China: Yanghze (gele) Rivier
Om 06:30 al opgestaan om de boot te halen. Een taxi naar Pier 8 genomen, al was het woord Pier wat teveel eer voor wat ik aantrof. Via een onverhard “pad” naar de pier gelopen, die bestond uit wat lege vaten met oude planken er op gebonden. De boot zag er niet bepaald modern uit en ik hoopte dat ik op de goede zat. Toen op zoek gegaan naar mijn cabin. Bij elke official met mijn ticket gezwaaid, waarnaar ik weer een paar meter verder werd verwezen. Mijn “cabin” bleek al vol te zijn. Na veel discussie in het Chinees, werd met enige dwang een Chinees zonder ticket uit het compartiment verwijderd. In het compartiment stonden vier losstaande (!) stapelbedden, al stond op mijn ticket dat het een eenpersoons compartiment was. De boot vertrok een uur te laat.
Het water van de gele rivier was nogal bruin, waarschijnlijk ook doordat iedereen z´n afval rechtstreeks in de rivier loosde. De bezetting van mijn compartiment was ondertussen ruim verdubbeld met mensen die er duidelijk niet thuishoorden. Tassen maar goed op slot gedaan en vastgeketend, aangezien diefstal op dit soort boten niet ongebruikelijk bleek te zijn. Ook ontdekt hoe het klassenstelsel in elkaar zit: er was geen eerste klas (vanzelfsprekend in een maoïstisch land), tweede klasse waren compartimenten met twee bedden, derde klasse met drie of vier stapelbedden (waar ik ook zat), vierde klasse met 6 of 7 stapelbedden en er bleek ook een vijfde klas te zijn: op de grond in de corridors. Dus maar de 2e klasse binnengeglipt. Daar was het een stuk rustiger, ook omdat daar niemand van andere classes mocht komen. Zijnde een buitenlander, was er echter niemand die me tegenhield. In de enigszins uitgeleefde salon was het goed vertoeven, beter dan in mijn eigen compartiment waar werd gerookt, gekookt en de radio erg hard stond.
Om zes uur ‘s morgens is het al weer volop leven. De Wc’s stonken als vanouds en de Chinese muziek knetterde weer door de luidsprekers. Ik bleef stug in mijn bed liggen, maar door het lawaai kwam van uitslapen weinig terecht. De drie Kloven doorgevaren, wat inderdaad de moeite waard bleek te zijn. Alle huizen langs de route zagen er nogal grijs en vervallen uit. Je kreeg de indruk dat het spooksteden waren, maar dat bleek niet het geval. Door de bouw van de drieklovendam zullen hele steden onder water verdwijnen, dus werd er geen onderhoud meer aan die huizen gepleegd (zover men dat überhaupt al deed). Vandaag werd mij ook duidelijk waarom ik niet werd weggekeken in de tweede klas, terwijl ik een derde klas ticket had. Een van de tieners zijn vader bleek de kapitein van het schip te zijn. Vandaag ook wel erg veel aandacht van de Chinezen. De kudde in de gangpaden is ondertussen zienderogen afgenomen. De Gezhoula dam was een leuke belevenis. In de sluis gaat het schip 20 meter naar beneden. De tweede klas lounge was de hele dag vol, maar tegen de avond was vrijwel iedereen weer verdwenen. Het is onvoorspelbaar wat voor puinhoop Chinezen kunnen achterlaten. de troep na Koninginnedag is er niets bij. Ze gooien alles gewoon op de grond of in het water. ‘s avonds neemt de vaste kern weer bezit van de lounge en wordt er uiteraard weer gekaart.
Om 09:00 wordt ik wakker geschud door mijn nieuwe Chinese vrienden. Ze vonden blijkbaar dat ik genoeg geslapen had en wilden dat ik meeging van boord. Leek me niet echt een goed idee, aangezien je niet weet of het schip ondertussen weer vertrekt met je bagage. Nadat ze me duidelijk hadden gemaakt dat de kapitein ook meeging, toch maar meegegaan. Voordat ik het wist zat ik in een wel erg oude bus. De jongens hadden blijkbaar voor me betaald (25 yuan). Zelf hadden ze blijkbaar geen ticket nodig. De volle bus zette zich in beweging en de vrouwelijke gids deed door de – luidste stand staande – megafoon haar verhaal. Uiteraard verstond er niks van, maar de dan weer links en dan weer rechts kijkende medepassagiers blijkbaar wel. Ik heb ook geen idee van wat we aan het doen zijn. De “weg” waar we overheen reden was de beroerdste tot nu toe en soms leek het erop alsof de bus zou kantelen. Het is goed vasthouden, al is de beenruimte dusdanig dat je goed ingeklemd zit. Naast de weg werd een nieuwe gebouwd, maar China kennende zal het nog wel een paar jaar kunnen duren voordat ie af is. Ineens houdt onze weg op en staan we aan de rand van het water. De bas trapt nog even flink op het gaspedaal en ….. we rijden door. Ontsteld kijkt het publiek uit de ramen en worden snel alle tassen op schoot genomen. De overkant is zo’n 100 meter verderop. Gelukkig sloeg de motor niet af en bereikten we droog de overkant.
Na 30 minuten te hebben gereden kwamen we op onze bestemming aan. Het blijkt voor een klooster, tempel, memorial of iets dergelijks te zijn. De meute volgde de gids en luisterde aandachtig naar wat de gids had te vertellen over een grote muur met Chinese karakters erop. Ook is een soort museum waar kostuums en oorlogsuitrustingen waren tentoongesteld. Na 45 minuten vertrekken we weer, na nog even het aangrenzende meer te hebben bewonderd. We nemen dezelfde avontuurlijke weg terug naar het schip, er geen idee van hebbend waar we nu eigenlijk waren geweest. Het schip was vreemd genoeg praktisch verlaten: minder dan twintig passagiers waren nog (+ het gezelschap waar ik mee op pad was) over van de oorspronkelijke 500. Ik werd uitgenodigd door de kapitein voor het avondeten. Aangezien ik al twee dagen niet meer warm had gegeten (gezien de hygiënische omstandigheden aan bood) ging ik toch maar op het aanbod in. Er bleek apart voor ons gekookt te zijn en het zag er onverwachts toch wel lekker uit. Ik werd uitgenodigd om met hen mee te gaan naar Lushan. Eigenlijk leek me dat niets aangezien ze geen woord Engels spraken, maar uiteindelijk toch maar op ingegaan. De volgende dag bleek het plan met veel excuses alweer van de baan te zijn. Mij maakte het niet veel uit.
China: Wuhan
In de stromende regen ‘s avonds in Wuhan aangekomen en taxi naar het hotel genomen. Het hotel bleek niet te bestaan. Op naar het volgende hotel, maar dat bleek gesloopt te zijn. Dus maar naar het derde hotel in de lijst van de Lonely Planet Guide. Deze bestond wel, maar bleek te zijn gesloten wegens verbouwing. Ondertussen al 90 yuan op de taximeter en me gezien de regen maar laten leiden door de taxichauffeur naar het dichtstbijzijnde hotel. Zowaar was het nog een goed hotel ook, compleet met bad en warm water. Ook de volgende dag regent het aan een stuk door. Wakker geworden door de herrie buiten. Te voet naar het treinstation gegaan om een treinkaartje te kopen. Het station bleek gigantisch te zijn. Er waren zeker 20 loketten en voor elk stond een horde Chinezen te dringen en een loket voor buitenlanders was niet te vinden. Er was niemand te vinden die ook maar twee woorden Engels sprak, alles stond alleen in Chinese karakters aangegeven en het leek erop dat elk loket specifieke bestemmingen verkocht. In een “rij” gaan staan leek me dan ook zinloos.
Per taxi naar een andere groot station gegaan, waar twee loketten speciaal voor sleepers zouden zijn. Dat station bleek meer weg te hebben van de RAI en was nog drukker dan het andere station. Loket 4 en 5 bleken niet te bestaan, loket 6 t/m 32 wel. Zowaar zit er in de enorme hal iemand in uniform zitten met wat een spoorboekje lijkt te zijn. Wijzend naar de karakters voor Guilin in mijn reisgids, gebaart de beambte richting een van de loketten. Loket 20 dus. In de rij gaan staan en snel alles in pinyin op een papiertjes geschreven. Na ruim een half uur was ik aan de beurt. Mijo (heb ik niet) was het antwoord. Geen sleeper, geen seat, zelfs geen staanplaats. Dus maar Shanghai geprobeerd. Druk gebarend maakte ze duidelijk dat dat helemaal niet mogelijk was. Per taxi (die buiten nog op me stond te wachten) naar het kantoor van China Air gegaan en daar voor 700 yuan maar een vliegticket naar Shanghai gekocht. Andere bestemmingen waren volgeboekt of geannuleerd.
Daarna op zoek naar een Bank of China filiaal om een paar travelers checks te verzilveren. Niet te vinden. Maar een andere bank binnengelopen, waar een van de zich duidelijk vervelende medewerkers zo vriendelijk was om mij naar de Bank of China te brengen. De bank was open maar dat hield niet in dat er ook gewerkt werd. Een deel van het personeel zat de kaarten en de rest lag te slapen. Ik moest over twee uur maar weer langskomen. Dus maar gedaan en toen met veel gedoe de traveler checks kunnen omwisselen. Volgende dag per taxi (10 yuan) naar het CAAC office gegaan en van daaruit per bus (10 yuan) naar het vliegveld gegaan. Het vliegveld bleek ergens anders te liggen dan op de kaart stond. de bagagecheck op het vliegveld stelde weinig voor, want zonder in mijn bagage te kijken werd er een sticker “security checked” op geplakt. Het was zuid van Wuhan dusdanig noodweer dat veel vluchten geannuleerd of vertraagd waren. Ik had mazzel met maar een halfuur vertraging en zowaar dit keer een nieuwe airbus.
China: Shanghai
Shanghai was maar een uurtje vliegen. In Shanghai was het eindelijk droog. Per airportbus (4 yuan) naar een buitenwijk en van daaruit per taxi (20 yuan) naar het hotel. Het hotel was echter donker en verlaten. Met de taxi (11 yuan) maar naar een ander budget hotel gegaan, waar ze zelfs nog dorm beds hadden (55 yuan per nacht). De kamer had zelfs uitzicht op de Bund met bijbehorend lawaai. De badkamer was geweldig. In de dorm room zat een bond gezelschap uit de hele wereld. Helaas was het moeilijk communiceren door de taalbarrières
Shanghai was erg zonnig en warm. Over de Bund gewandeld, de promenade van de stad, en daar veel aandacht gekregen. Zeker 20 Chinezen wilden met mij op de foto. Daarna naar het treinstation gegaan om kaartje naar Guilin te bemachtigen. Dat was geen succes. Alleen 1 dag van tevoren kon een kaartje gekocht worden. Dat dus maar gedaan. Terug naar de binnenstad met de metro,, die splinternieuw was. Een stuk beter dan de letterlijk uitpuilende bussen, al had men bij de metro ook de gewoonte om in te stappen voordat iemand de kans krijgt om uit te stappen. Een Chinees wilde waarschijnlijk dwars door mij heen lopen, maar moest op pijnlijke wijze ervaren dat hij daar wat te iel voor was. In de metro een Amerikaanse journalist van Reuters ontmoet die erg goed Chinees sprak. Erg handig om o.a. een menukaart te laten vertalen. Erg veel gelopen, aangezien de metrostations verkeerd bleken ingetekend te zijn op de plattegrond. ‘s Avonds is de Bund een grote openlucht slaapplaats.
Het stallen van mijn bagage op het station had nogal wat voeten in de aarde. De verantwoordelijke dame was nergens te bekennen en het koste nogal wat moeite om iemand zo ver te krijgen te kijken waar ze uithing. Strategisch in de weg staan kan daarvoor erg effectief zijn. ‘s Avond weer ophalen ging gelukkig wat sneller. Wachtend op de trein er na een tijd achter gekomen dat mijn trein niet genoemd werd op elektronische borden. Dus maar aan een beambte gevraagd. Het antwoord was niet erg duidelijk, maar het leek erop dat mijn trein geannuleerd was. Dus maar weer naar het ticket office voor buitenlanders gegaan, maar daar had men weer eens pauze van een uur. Twee Fransozen ontmoet die in Hangzhou studeerden en voor mij navroegen wat er aan de hand was. De trein was inderdaad geannuleerd. “maybe tomorrow” zie een beambte. De Fransozen hadden me uitgenodigd om mee te gaan naar Hangzhou en dus maar een ticket daar naartoe gekocht (15 yuan).
China: Hangzhou
Het ticket bleek zo goedkoop te zijn omdat het een stoptrein was en hard seat. En hard seat was het. Na een uur voelde het aan alsof je op een plank zat. Wij zaten tenminste nog. De minder gelukkigen lagen op de grond en zelfs op de bagagerekken. In ieder geval weer zo’n special experience. Om 1 uur ‘s nachts aangekomen. Ik kon met mijn studentenkaart een kamer krijgen op het universiteitsterrein voor slechts 30 yuan per nacht. Aan het aantal bedden in de kamer te zien, slapen de Chinezen studenten met z’n zessen tot achten op een kamer (die niet erg groot was).
In Gangzhou zelf was het erg warm en benauwd. Naar een soort openlucht tempel geweest met een groot park er omheen en naar het legendarische Westmeer. Daarop een boottochtje genomen (15 yuan) , wat in feite een veerbootje naar een eilandje bleek te zijn. Wel erg leuk. Daar weer op goed geluk een bootje genomen naar een ander eiland. De eilanden waren grote tuinen met veel bruggetjes en erg populair bij Chinese toeristen. De volgende bootje was verkeerd gegokt, want we kwamen uit bij de andere oever van het meer in the middle of nowhere.